DE DOOP DOOR ONDERDOMPELING

De Tesjoeva-gemeente gelooft en praktiseert de doop door onderdompeling als onderdeel van de bekering en “het op weg zijn” in een toegewijd leven aan JHWH, wat mogelijk is geworden  door het volbrachte middelaarschap van onze hogepriester Jesjoea de Messias.
Overigens geeft dit artikel maar een klein deel weer van wat er allemaal valt op te merken over de doop.. Na dit artikel staan onderaan de pagina nog 3 preken die gehouden zijn bij doopdiensten die reeds in de gemeente hebben plaats gevonden.

Symboliek
Een mens kan geen levensadem tot zich nemen onder water; daarmee staat onderdompeling in water voor de dood en graf; een watergraf. De doop door onderdompeling verbeeld dan ook het sterven met de Messias aan de zonde. Maar omdat een dopeling ook weer oprijst uit het water verbeeld de doop ook het  “opstaan in nieuwheid van leven” met de Messias. (Romeinen 6:3-11, 2 Kor 5:14,15 en Kol 2:12).
De doop op deze wijze als symbolische daad uitgevoerd is daarmee “een uiterlijk teken van wat er innerlijk met je gebeurt is”.
Petrus verwoord dit principe met het omschrijven van de doop als  “een bede van een goed geweten”. (1 Petrus 3:21)

Eigen keuze
Omdat alle Bijbelteksten mbt de doop in de Bijbel in de context staan van bekering, nieuw leven, een goed geweten kan het ook niet anders dat de doop aan volwassenen voltrokken wordt. Het dopen, of liever gezegd “het besprenkelen” van baby’s is alleen al om die reden een misleiding. Een baby heeft geen besef van wat er met hem/haar gebeurt. Het dopen is een geloofshandeling van de ouders.
Hoe goed bedoeld ook, het is een geloofshandeling die JHWH nergens geboden en bedoeld heeft en is dus voortgekomen uit het misleidende werk van de slang die in het paradijs al begonnen is met het subtiel verdraaien van de geboden van JHWH met desastreuze gevolgen.
Met enig graafwerk in de kerkgeschiedenis zul je ontdekken dat de besprenkeling als sacrament is ingesteld door de Rooms Katholieke kerk in de eerste eeuwen na Christus. De protestanten hebben helaas op dit punt geen herstel gezocht in de Reformatietijd.
De Bijbel leert duidelijk dat ieder mens een geweten heeft gekregen en tot zelfinzicht moet komen van de genade van JHWH afhankelijk te zijn. Deze genade is beschikbaar dankzij onze middelaar Jesjoea de Messias. Het aannemen van deze genade vraagt echter geloof en bekering en daarvoor is een WILs beslissing nodig. Dat gelovigen tot die wilsbeslissing komen staat natuurlijk niet los van de werking van de Geest van JHWH in mensenlevens zodat uiteindelijk alleen Hij alle eer krijgt, maar de roepstem van JHWH gaat uit naar ieder mens op deze aarde. (Johannes 3:16).
Een volgend argument voor volwassendoop is dat wij geroepen zijn het voorbeeld van onze Heer en meester (Kurios) Jesjoea te volgen. Bij zijn eigen doop zegt Jesjoea als Johannes tegensputtert: “laat het nu gebeuren, want op deze wijze past het ons alle gerechtigheid (dat is handelen volgens de Torah) te vervullen.” (Matheus 3:13-15)
Jesjoea liet zich dus dopen in gehoorzaamheid aan de Vader. Zo is het ook aan ons gegeven gehoorzaam te zijn aan Jesjoea en de Vader om zo eeuwig leven te mogen ontvangen. (Joh 5:19-24)
Velen die de kinderdoop aanhangen vinden de symboliek zo mooi dat een kind “er al helemaal bij mag horen”. Maar daar is een kinderdoop helemaal niet voor nodig en ook niet voor bedoeld. Een kind is geheiligd in de ouders totdat het zelfbewust wordt en duidelijk een eigen wilskeuze mbt het geloof gaat maken.
Wie dus op grond van het Woord tot de overtuiging komt dat de kinderdoop niet geldig is omdat besprenkeling zonder eigen geloof en wilsbeslissing slecht een geloofsdaad van de ouders is geweest, hoeft zich helemaal niet schuldig te voelen naar zijn/haar ouders en moet zich zeker ook niet “afzetten” tegen deze daad van de ouders in het verleden. Wees je ouders dankbaar dat ze je naar beste weten bij JHWH hebben gebracht en je (hopelijk positief) opgevoed hebben met het geloof; en de vrucht van dit alles is nu dat je gehoorzaam bent aan het Woord en je laat dopen volgens Bijbelse principes..

Niet mis te verstane “plaatjes”
Nu is het zo dat JHWH in zijn soevereiniteit zich een klein en nietig schapenherders volk uitkoos om eersteling te zijn voor alle andere volken.. Ik geloof dat toen JHWH hen de Torah en de feesten van JHWH gaf, Hij  aansloot bij hun eenvoudige begrip/denkkader. Realiseer je dat 99 procent-of nog meer-  van het volk ook niet kon lezen en schrijven in die tijd..  Ook voor ons geldt echter nog steeds “te worden als een kind”. Waar het om gaat is dat JHWH wil dat zijn principes voor iedereen te begrijpen zijn en dat is volgens mij de reden dat JHWH zoveel zichtbare symboliek mee gegeven heeft aan zijn volk. JHWH werkt als het ware “met niet mis te verstane plaatjes”. En die “plaatjes” willen jong en oud, man en vrouw, hoog en laag opgeleid, van alle talen en culturen helpen om te onderscheiden wat wel en niet volgens het Woord is! Het heilsplan staat zelfs verwoord in de symboliek van de 12 sterrenbeelden aan de hemel en ook in de natuur om ons heen zijn vele aanwijzingen te vinden die principes van JHWH verbeelden! Maar zeker ook in het geschreven Woord. Zo verbeeld de hele jaarlijkse feesten cyclus (o.a. Leviticus 23) het complete heilsplan voor ons persoonlijk en voor deze hele wereld.
Pesach, Feest van ongezuurde broden, Sjavoeot, enz. En komt bijvoorbeeld Kerstfeest in dat Bijbelse rijtje voor? Nee.. weg er mee dus; universeel te begrijpen voor wie het Woord echt serieus neemt!
Maar zo zijn er meer “plaatjes” in de Bijbel die ons de weg wijzen en ons helpen te onderscheiden, en dan kom ik ook weer bij de doop uit. Want de volwassendoop past ook in de plaatjes van “de uittocht uit Egypte op weg naar Kanaan” en “de weg die een priester heeft af te leggen in de tabernakel.

De doop in relatie tot de Exodus uit Egypte
Wie de volgorde in het verhaal van de Exodus voor ogen stelt en zich realiseert dat dit symbolisch is voor de bevrijding van het volk Israel maar ook voor ons persoonlijk in het hier en nu kan via deze “plaatjes reeks” of stripverhaal zo u wilt.. zien dat de doop volgt op de daad van aanname van het volbrachte werk van de Messias. Het volk kreeg namelijk de opdracht bloed van het Pesachlam (dit staat profetisch voor het plaatsvervangend kruisoffer van Jesjoea) aan de deurposten (van het huis van je hart) te smeren. Op grond van die geloofsdaad passeerde de doodsengel. Vervolgens trok het volk uit Egypte en waar liepen ze toen tegenaan? De zee! Onder leiding van Mozes (typebeeld van Jesjoea) trok het volk door de zee en het NT zegt duidelijk dat dit hun DOOP was. (1 Kor 10:1-6) Daarna kwam het volk in de woestijn en waar liepen ze toen tegenaan? De berg Sinai waar ze de Torah kregen.. en zo gaat het verhaal verder.. Zie je dat op basis van een geloof redding verkregen wordt en dat dit vervolgens bevestigd wordt met de doop?

De doop in relatie tot de gang van de priesters in het heiligdom
Wie de gang van zaken en de attributen kent van de Tabernakel in de woestijn kan zich wederom realiseren dat ook dit plaatje symbool staat voor het leven van een gelovige die in relatie treed met zijn schepper JHWH in verlangen te willen naderen tot in Zijn heilige nabijheid.
JHWH is inderdaad heilig en het mag duidelijk zijn dat wij slechts met grote omzichtigheid tot hem kunnen naderen. De toegangspoort tot het heiligdom is zeer ruim; iedereen is welkom.. Maar waar loop je vervolgens tegenaan? Het brandofferaltaar! En dat staat voor het volbrachte werk van Jesjoea. Iedereen die richting het heiligdom wil naderen kan niet om dat altaar heen! Pas na het brengen van een brandoffer mag doorgelopen worden naar het volgende punt en dat is.. het wasvat! En dat staat dan weer symbool voor de doop. Pas na een reiniging door water kon doorgelopen worden naar het heiligdom, bestaande uit het heilige en het heilige der heiligen. Daarover straks meer.
Maar zie je bij dit plaatje ook weer de volgorde? Eerst knielen bij het kruis en dan pas de doop en daarna een diepere bemoeienis en een leven vanuit de geboden van JHWH.

Niets nieuws onder de zon
Hier volgt een stuk over de achtergrond van de doop in het oude testament. U kunt het eventueel overslaan en verder lezen bij het hoodstukje urgentie.
Wist u dat de doop helemaal geen nieuwe instelling is in het nieuwe testament? De eerste in het Nieuwe Testament die doopte was Johannes de Doper. Hoe kwam hij er bij om dit te doen? En Johannes doopte helemaal geen heidenen maar volksgenoten! Als Johannes zelf deze doop bedacht zou hebben, hadden de Joden hem nooit aanvaard. Alles wat in het geestelijk leven van de Israëlieten geschiedde, moest altijd teruggevoerd kunnen worden op de Torah, die JHWH door Mozes aan het volk gegeven had.
De Gemeente (Hebreeuws: Kahal; wat velen nu de kerk noemen) heeft zijn geestelijke wortels niet liggen in Athene of in Rome. En de oorsprong van de gemeente ligt ook niet in Handelingen zoals de meeste christenen denken! De Gemeente is ontstaan bij de berg Sinai waar het verbond werd gesloten in het Oude Testament. Wij lezen niet voor niets dat de Jesjoea en de apostelen (ook na de uitstorting van de Heilige Geest) steeds in de synagoge en de tempel te vinden waren en het OT citeerden! (bv Hand 13:14,15 en 15:21).
De doop is dan ook niet “uit het niets” ontstaan. Johannes de Doper bracht geen nieuwe inzetting in Israël, toen hij de mensen doopte in de Jordaan. De Joden kenden de onderdompeling als een rituele wassing. Johannes de Doper was wel de eerste die deze onderdompeling praktiseerde met een vernieuwde betekenis. Na de uitstorting van de Heilige Geest werd deze onderdompeling verder toegepast, met opnieuw een nieuwe betekenis. De daad zelf was echter bekend, zoals wij hierna zullen zien.

In Israël kende men de onderdompeling in het rituele bad. Het woord doop of onderdompelen komt een groot aantal keren in het Oude Testament voor. Het is in onze vertaling steeds weergegeven door het woord “wassen”. Zie bijvoorbeeld Ex. 19:10,14. Hierdoor lijkt het in de bewuste teksten steeds erop, alsof de mensen vuil waren en het hoog tijd werd dat zij een bad namen. Het Hebreeuwse woord dat bij ons als “wassen” vertaald wordt, is het woord “rachats“. Het betekent niet “wassen zoals wij dat doen met water en zeep”. Het betekent “zuiveren, godsdienstig rein maken”. Het is niet “wassen met water”, maar “zuiveren door water”.
Dit godsdienstige reinigen was een opdracht van JHWH voor de mensen en ook voor potten en pannen, vaten dus. Wij geven twee voorbeelden: In Lev. 15:16 staat dat een man die onrein geworden was, “zijn gehele lichaam in water moest baden en onrein zou zijn tot de avond”. De man heeft niet gezondigd. In dat geval zou hij zijn straf moeten dragen of een offer brengen. De man was ook niet “vies”. Hij heeft niet in de modder gelegen. In dat geval zou hij zelf ook wel geweten hebben dat hij zich moest wassen. De man is ritueel onrein. Hij is voor het godsdienstige leven op dat moment ongeschikt geworden. Hij kan die dag niet meedoen in het geestelijk leven van Israël. Dat kan hij pas na zonsondergang, als hij zich nu met water zuiver maakt. Er staat dat de man zijn gehele lichaam in water moet wassen. Let op: er staat niet dat hij een deel van zijn lichaam met water moet wassen, maar dat hij zich helemaal in water moet wassen! Het moet op dezelfde manier geschieden, zoals bij vaten of kledingstukken die onrein waren en die godsdienstig gereinigd moesten worden. Deze moesten “in water gelegd worden” (Lev. 11:32). Dit betekent dat zij volledig ondergedompeld moesten worden in water.
De Bijbel zelf bewijst dat het woord “rachats” niet een gewone wasbeurt inhoudt, zoals iemand misschien uit onze vertaling zou willen opmaken. Het woord rachats komt bv weer terug in de geschiedenis van Naäman die zich geheel onderdompelde in de Jordaan.
Ga heen en baad u zevenmaal in de Jordaan...” zei Elisa (2 Kon. 5:10-14) Hier is het woord “rachats” vertaald als “baden”.

De eerste doopbediening in de Bijbel
De eerste “doopdienst” die wij in de Bijbel tegenkomen, is de massale “wassing”, onderdompeling die alle Israëlieten moesten verrichten bij de Sinaï, alvorens God Zijn verbond met hen zou sluiten. Deze mensen werden toen niet door iemand anders gedoopt. Zij deden het allemaal zelf.

De onderdompeling in Israël deed je zelf. Je werd niet ondergedompeld. Je dompelde jezelf onder.
Dit is ws ook het geval geweest bij de doop zoals die beschreven wordt in Marcus 1:15
Toch kon je “door” iemand anders gedoopt worden. De Hebreeuwse uitdrukking die in dit verband voor “door” gebruikt werd, luidde “lifanav“, wat “onder toezicht van” betekent. Als er staat dat de mensen kwamen om “door” Johannes gedoopt te worden (Lucas 3:7), betekent dit niet, dat Johannes al deze mensen één voor één persoonlijk in het water heeft ondergedompeld, maar dat hij toezicht hield, terwijl deze mensen dit deden. De Joden waren immers gewend zichzelf onder te dompelen.

Terwijl de onderdompeling als regel in Israël geschiedde door de mens die zich onderdompelde en hij niet door een ander werd ondergedompeld, is dit enkele keren door iemand anders geschied. Twee keer in het Oude Testament lezen wij iets dergelijks, ook al staat het in onze vertaling erg onduidelijk. In Ex. 29:4 staat in onze vertaling: “Ook zult gij Aäron en zijn zonen doen naderen tot de ingang van de tent der samenkomst en gij zult hen met water wassen.” Deze vertaling laat veel te wensen over. Zij moesten nl. niet met water gewassen worden, maar in water gewassen worden. U denkt toch niet dat Mozes zijn broer Aäron en diens zonen “in bad” moest doen?  De “wassing” moest geschieden bij de ingang van de tent der samenkomst. Hier moesten zij in een zogenaamd mikwe worden ondergedompeld. Wij zagen immers al eerder dat het Hebreeuwse woord “rachats” de betekenis heeft van: onderdompelen. Mozes moest dit doen. Ditzelfde lezen wij ook in Ex. 40:12 en Lev. 8:6.
Later, toen de priesters hun eenmalige onderdompeling in het wasvat gehad hadden, behoefden zij alleen hun handen en voeten te wassen, als zij aantraden om de dienst in de tabernakel aan te vangen. De eenmalige volkomen onderdompeling in water was het beeld dat de priester zich volledig overgaf aan de dienst van God en aan de heiligheid van God. Zo wijdden de priesters zich eenmalig bij hun indiensttreding door middel van de onderdompeling aan God. Dit betekent niet, dat de priesters daarna in het geheel niet meer zich in het mikwe onderdompelden. Dat deden zij bij andere gelegenheden nog steeds. In Num. 19:7,8 lezen wij dat de priester die de rode vaars verbrand had en de priester die het bloed van de rode vaars gesprenkeld had, “hun klederen moesten wassen en hun lichaam in water moesten baden.” Dit is opnieuw niet een gewone reiniging van eventueel vuil. Dit is wederom een rituele reiniging, waarbij de priesters zichzelf en hun kleding moesten onderdompelen in het rituele bad, het mikwe. In vers 10 staat dat de man die de as verzameld had, ook zijn klederen moest wassen, d.w.z. ook zelf en zijn kleding moest onderdompelen in het rituele bad.
In de beschrijving van de grote verzoendag lezen wij, dat niet alleen de hogepriester verschillende keren zichzelf in het rituele bad moest onderdompelen, maar dat ook de man die de stier van het zondoffer verbrand had, zich moest onderdompelen in het rituele bad. Zie Lev. 16:24,28. Ook in Lev. 17:15,16 wordt nog over deze onderdompeling geschreven.
Wij zien uit dit alles dus heel duidelijk, dat de doop zoals wij die in het Nieuwe Testament kennen niet door Johannes de Doper bedacht is. De Israëlieten kenden de onderdompeling al vanaf de verbondssluiting bij de Sinaï. Om de doop te verstaan, mogen wij de gegevens uit het Oude Testament niet overslaan, weglaten, of negeren. Zoals wij bij alle andere gegevens uit het Nieuwe Testament kijken naar het Oude Testament om zo de juiste betekenis te vinden, zo zullen wij dat met de doop ook moeten doen.

De doop bij de verbondssluiting op de Sinai
De doop der onderdompeling vond plaats vóór het volk bij de berg kon aantreden. “En JHWH zei tot Mozes: Ga tot het volk; heilig hen heden en morgen en laten zij hun klederen wassen. Toen daalde Mozes de berg af naar het volk; hij heiligde het volk en zij wiesen hun klederen.” (Ex. 19:10,14). Realiseer u dat het hier gaat om een handeling die de “heiliging” van het volk teweeg moet brengen. Het gaat niet om een gewone lichamelijke wasbeurt en reiniging van de kleding. Daardoor word je niet geheiligd! “Klederen wassen” is de speciale uitdrukking voor “onderdompelen”. Het volk had niet gezondigd. De mensen hadden ook geen vuile kleding. Zij moesten zich ritueel reinigen en wijden voor de ontmoeting met God en de sluiting van het verbond. Dit deden zij door met hun kleding aan zich onder te dompelen in het mikwe.
Wij zien enkele belangrijke feiten in deze teksten:
De opdrachtgever van de doop was JHWH Zelf. (vers10) De doop was een duidelijke opdracht die JHWH via Mozes aan Zijn volk gegeven heeft. Wil je bij Zijn volk horen? Dan is de doop nog steeds geen vrijblijvende zaak. Jesjoea, die zichzelf liet dopen en in Matheus 5 zegt dat hij geen tittel of Jota van de wet af doet,  heeft dan ook in Matth. 28:19 de doopopdracht benoemd als een voortgaand gebruik met een diepere inhoudt.

De doop had een duidelijk doel: heiliging. (:10,14) Heiliging wil zeggen, dat je je afzondert van anderen. Hier werden de Israëlieten “apart gezet” van de andere volken op aarde.
De doop had dus ook als doel: Je ware identiteit bekend maken!
Het volk Israël moest openbaar worden als het eigen volk van God. Dat was het doel van de doop. Dit was in de eerste plaats een daad voor God. God eiste deze gehoorzaamheid en zij deden het. Het was in de tweede plaats een getuigenis voor de wereld. Deze mensen waren nu aan JHWH gewijd. Zij waren nu heiligen, ook al zouden zij nog vele keren zondigen. Wij zien meerdere keren dat de andere volken goed op de hoogte waren van alles wat er met de Israëlieten in de woestijn gebeurd was. Dus dit hebben zij zeker ook geweten.

De doop voor ons als christenen heeft nog steeds hetzelfde doel. De doop is niet bedoeld om je dichter bij God te brengen of om je het eeuwige leven te schenken. De doop is nog steeds een Bijbelse opdracht om je geloof openbaar te maken en om duidelijk te maken dat je niet meer bij de wereld hoort, maar dat je bij het volk van JHWH, de Gemeente, behoort.
Let er goed op, dat hier duidelijk blijkt, dat de doop niet gekomen is in de plaats van de besnijdenis, maar dat de doop naast de besnijdenis een volwaardige plaats innam. Het is een onbijbelse gedachte, dat de doop in de plaats van de besnijdenis gekomen zou zijn.
De vraag of ook de besnijdenis dan ook nog vereist is voor elke verbondsgelovige is een apart onderwerp dat hier nu niet besproken zal worden.

Overigens vinden we in  de Bijbel ook de besprenkeling, maar die mag niet verward worden met de onderdompeling. De Bijbel kent de besprenkeling met bloed, maar de onderdompeling in water.
De Bijbel kent wel de besprenkeling met water in een heel ander verband. Het heeft dan niets met de doop te maken. Zo komen wij de besprenkeling met water tegen in Numeri 19 en in Ezech. 36:24-27. In de eerstgenoemde tekst gaat het over het reinigingswater dat met de as van de rode koe vermengd is. In Ezechiel 36 is de besprenging met water geen verwijzing naar de doop, maar een beeld van het werk van de Heilige Geest, Die mensen een nieuw hart zal geven, zoals Ezechiel 36:27 duidelijk maakt. Deze tekst vindt zijn vervulling in Joh. 7:37-39, waar Jesjoea het beeld van het water toepast op de Heilige Geest.

De doop bij bekering
Door de onderdompeling maakt de dopeling iets bijzonders zichtbaar. Als hij onder gaat in het water, toont hij aan zichzelf gestorven te zijn. Opkomend uit het water toont hij een nieuw leven te zijn begonnen. Wie zich op Bijbelse gronden laat dopen is “wedergeboren” als een Israëliet, als een man die in God geloofd. In het Jodendom wordt het mikwe wel vergeleken met de baarmoeder. Men zegt dan: “Hij is in het mikwe als het ware teruggekeerd in de baarmoeder en er weer uit voort gekomen. Hij is opnieuw in de moederschoot ingedaald en er weer uitgekomen. Nu is hij wedergeboren. Hij is een nieuwe mens. Hij is geen heiden meer. Hij is nu volkomen een Israëliet.”
Hier herkent u ongetwijfeld het gesprek dat de Jesjoea voerde met Nicodemus in Johannes 3. Toen de Jesjoea sprak over de wedergeboorte, paste Nicodemus deze woorden direct toe op de onderdompeling. Hij vergeleek het mikwe, zoals de Joden gewend waren, met de baarmoeder, of zoals het in onze vertaling staat: de moederschoot. Dit betekent niet dat Nicodemus Jesjoea niet begreep en een flauwe opmerking maakte over het ingaan in de moederschoot. Nicodemus had het niet over de echte moederschoot. Hij had het over het mikwe. Nicodemus wist maar al te goed, dat de onderdompeling betekende, dat je stierf aan je eigen wil, aan je oude mens. Onderdompeling stond gelijk aan zelfvernietiging van de oude mens en wedergeboorte tot een nieuw leven. Bij de onderdompeling breek je je oude leven af en mag het nieuwe leven uit het watergraf verrijzen.
Dat heeft alles te maken met een bekering die daar aan vooraf moet gaan. Zie bijvoorbeeld Matheus 3:1 Vraag: kan en moet een baby zich bekering voor de besprenkeling?

Het doopbassin
Wij komen in het Oude Testament ook een aantal keren het woord voor “doopbassin” tegen, waarin men zich onderdompelde. De opdracht om deze baden te hebben en om je daarin onder te dompelen, hebben wij in Lev. 11:36, waar sprake is van “een bron echter of een put, een vergaarbak van water, zal rein zijn.” Het woord “vergaarbak” heet in het Hebreeuws een “mikvah”. In Nederland wordt dit “mikvah” als “mikwe” geschreven en uitgesproken. Het woord “mikvah” wordt eerder al in Ex. 7:19 gebruikt en daar vertaald als “verzamelplaats” van water. Een mikwe was in de tijd van de Bijbel heel belangrijk voor het volk van God. Het is nog altijd zeer belangrijk voor religieuze Joden. Religieuze Joden kunnen zelfs niet zonder mikwe leven. In feite is voor de religieuze Jood het mikwe nog belangrijker dan de synagoge. Het mikwe heeft nog altijd dezelfde betekenis als dat het had in de tijd van de Bijbel. Het dient niet om lichamelijke onreinheid te verwijderen, maar om te reinigen van geestelijke onreinheid. Deze reiniging kan en kon alleen verkregen worden, als men zich met het hart er ook toe wijdde.
Als regel behoorde een mikwe 120 cm diep te zijn, zodat een mens zich gemakkelijk kon onderdompelen. Als het niet mogelijk was om een mikwe met deze diepte te hebben, was een mindere diepte ook toegestaan. Zelfs als het water maar tot de knieën kwam, was het mikwe een goedgekeurd ritueel reinigingsbad. De mens die zich wilde onderdompelen, moest dan eenvoudig in het water gaan liggen. Hiermee is direct de gedachte weerlegd, als zou de Jordaan vaak te ondiep zijn om onder te dompelen. De Joden waren gewend om zich ook in ondiep water onder te dompelen.

Het mikwe had voor de mens in de tijd van het Oude Testament al de betekenis van een “graf”. Het was het “watergraf”. Door de onderdompeling in het mikwe gaat de mens “ten onder”, staat hij tijdelijk “buiten het leven”, is hij even “dood”. Zodra hij boven water komt, is hij “opgestaan tot een nieuw leven”. Onderdompelen heeft altijd de betekenis gehad van “sterven aan je situatie op dat moment en opstaan als een nieuw mens”.

De doopbassins in de tempel
Als christenen denken aan het wasvat in de tempel, denken zij vaak dat dit eenzelfde wasvat was als het wasvat uit de tabernakel. Het wasvat in de tabernakel was een betrekkelijk klein wasvat dat alleen diende, opdat de priesters hun handen en voeten konden wassen. Het wasvat in de tempel van Salomo was echter veel en veel groter, zo vertelt de Bijbel ons. Dit wasvat diende voor de onderdompelingen van de priesters, om zich ritueel te reinigen.

Er staan twee verwijzingen naar dit wasvat uit de tempel in de Bijbel: 1 Kon. 7:23-40 en 2 Kron. 4:2-6. Hier zien wij dat Salomo niet alleen een heel groot wasvat liet maken een wasvat dat zó groot was, dat het “de zee” genoemd werd, maar dat hij ook nog tien koperen wasbekkens liet maken. Elk wasbekken kon 40 bath water bevatten. Dit komt neer op 1600 liter water per wasbekken.De inhoud van de zee was echter volgens Koningen 2000 bath water. De inhoud was volgens Kronieken zelfs 3000 bath. Het verschil ligt in de wijze waarop gemeten werd. In de ene meting werd alleen het onderste deel gemeten. In de andere meting werd het gehele wasvat tot aan de rand gemeten. Volgens Koningen stond er steeds 2000 bath water in. Dit komt overeen met 80.000 liter. Volgens Kronieken kon het wasvat echter wel 3000 bath bevatten, wat overeenkomt met maar liefst 120.000 liter water.

In 2 Kron. 4:6 staat duidelijk dat dit wasvat bestemd was, opdat de priesters zich er in konden onderdompelen. Het wasvat in de tijd van Jesjoea was zo groot, dat telkens 12 priesters gelijktijdig in het wasvat zich konden onderdompelen! Deze “zee” was maar liefst 5 el hoog, dat is 2« meter. De zee had een diameter van 10 el, dat is 5 meter. Als je een lint om de zee hield, was dit lint 30 el lang, dat is 15 meter. De zee was zo zwaar, dat hij op 12 runderen stond. Koning Achaz heeft de zee van de runderen laten afhalen en het wasvat op de grond geplaatst (2 Kon. 16:17). Dit wasvat was zo enorm groot, zo vertelt de overlevering ons, dat er net zoveel water in ging als in 150 gewone mikwes!

Het mikwe en JHWH
Het woord “mikwe” is een heel bijzonder woord in de Bijbel. Het wordt, zoals wij zagen, gebruikt voor het rituele waterbad, waarin de onreine zich onderdompelt en rein wordt. Het woord wordt echter ook voor JHWH gebruikt. Hierdoor blijkt dat het woord mikwe een heel bijzonder woord is. In Jeremia 14:8; 17:12,13 en 50:7 wordt JHWH het mikwe van Israël genoemd. In onze vertaling is het Hebreeuwse woord “mikvah” hier vertaald als “hoop”. JHWH is het mikwe van Israël; Hij is de Hoop van Israël. God is op een heel bijzondere manier “de bron van hoop voor Israël. Hij is Israëls hoop, omdat Hij Israëls mikwe is. Zoals het mikwe reiniging schenkt aan de onreine, zo doet JHWH dat heel nadrukkelijk en heel in het bijzonder.

De doopbassins in en bij Jeruzalem in de tijd van de Here Jezus
Volgens de wijze waarop in het Jodendom mensen zich onderdompelden, was dus veel water nodig. Dit water moest stromend water zijn of voor een deel “levend” water. In de Jordaan waren plaatsen waarin men zich onderdompelde in het stromende water van de rivier. Bij de tempel waren vele rituele baden, die ook “mikwe” genoemd werden, waarin de tempelgangers zich onderdompelden, voordat zij het tempelterrein betraden. Deze mikwe’s bij de tempel van Jeruzalem zijn door archeologen blootgelegd en kunnen door iedere bezoeker van de tempelopgravingen gezien worden. Ook bij de synagogen waren rituele baden, waar men zich kon onderdompelen.

Als de pelgrims bij Jeruzalem aankwamen, hadden zij voldoende mikwe’s nodig om zich allemaal te kunnen onderdompelen. Daarom waren er heel wat poelen en vijvers die voor dit doel geschikt waren. U hebt ongetwijfeld gehoord van de poel van Siloam. Deze poel van Siloam was ook een mikwe. Het wordt tot op vandaag “het mikwe van de hogepriester Ismaël genoemd. De blindgeborene moest er naar toe om zich te “wassen”. Wij hebben reeds gezien dat het woord “wassen” in godsdienstig opzicht betekent: onderdompelen. De Jesjoea gebood de blindgeborene om zich onder te dompelen in het mikwe van Siloam. Daarna was hij rein en was hij genezen! Er was ook een mikwe bovenop de Olijfberg. Het diende om gebruikt te worden, als de rode vaars verbrand was en de priesters zich moesten reinigen van het contact met de dode koe. Er was een speciale brug tussen de tempel en de Olijfberg, zodat men, als men van de tempel naar de Olijfberg ging, of andersom, niet via het dal met de begraafplaats hoefde te gaan en men weer onrein zou worden. Er waren ook vele mikwe’s bij de trappen die toegang verleenden tot de ingang van de tempel. Hier dompelden de pelgrims die de tempel bezochten zich onder, voordat zij het tempelterrein betraden. De tempel was immers de plaats waar God woonde. Je moest je godsdienstig reinigen om Hem te kunnen ontmoeten.

In de tempel waren ook veel mikwe’s. Er was er één in de kamer van de melaatsen. Niet alleen ex-melaatsen mochten zich hier onderdompelen, ook andere tempelbezoekers mochten dit. Daarnaast waren er vele mikwe’s op het tempelterrein in de verschillende kamers, opdat de priesters zich konden onderdompelen en zich geestelijk konden reinigen. De hogepriester had zijn eigen mikwe’s; één boven de waterpoort en één op het dak van de zogenaamde Parva-kamer.

Een mooi voorbeeld van een mikwe hebben wij in Hand. 16:13 waar staat: “En op de sabbatdag gingen wij de poort (van de stad) uit, de rivier langs, waar wij verwachtten, dat een gebedsplaats zou zijn. En nedergezeten, spraken wij tot de vrouwen die samengekomen waren.” Wat kunnen wij uit deze verzen leren?

Paulus ging in alle steden waar hij kwam, altijd eerst op zoek naar de synagoge. Hij is nu in Philippi en ontdekt dat er geen synagoge in de stad is, terwijl er toch Joden in de stad moeten wonen. Paulus weet, dat als het aantal Joden te klein is om een eigen synagoge te hebben, zij een speciale gebedsplaats ergens bij de rivier moeten hebben. Joden hebben immers stromend water (zoals het water van een rivier) nodig voor hun rituele baden. Paulus gaat dus op zoek langs de rivier om te kijken of hij deze gebedsplaats kan vinden en om te zien of daar Joden zijn. Hij vindt deze gebedsplaats, evenals enkele vrouwen die daar klaarblijkelijk gekomen zijn om te bidden en zich in het water van de rivier onder te dompelen. Zij zijn in ieder geval niet voor een synagogedienst gekomen. Voor een dienst zijn minstens 10 mannen, een zogenaamd minjan, vereist. Er waren echter alleen vrouwen, zodat zij geen dienst konden houden.

Om je te kunnen onderdompelen in zo’n ritueel bad, moest er van nature veel water zijn, zoals in een rivier, of je moest het water uit een rivier naar je rituele bad laten komen (zoals bij de tempel) of je moest voldoende regenwater opvangen en bewaren. Om je te kunnen onderdompelen had je dus veel water nodig. Dit zien wij ook in Joh. 3:23, waar wij lezen, dat Johannes de Doper doopte in Aenon, “omdat daar veel water was”. Om mensen met water te besprenkelen, heb je niet veel water nodig. Om mensen te kunnen onderdompelen, heb je veel water nodig.

Mikweh betekend dus “verzamelen”of “samenstromen”. Het wordt vaak vertaald met “bron”of “hoop” of “bron van hoop”. Het woord “mikveh komt 3 x voor in de Torah: Genesis 1:10, Exodus 7:19 en Leviticus 11:36 De mikveh word omschreven als een ‘onderdompeling in de baarmoeder van de aarde’. Men ziet het dus ook echt als een ‘wedergeboorte’. Het is afhankelijk van de vertaling. Maar in de Peshitta staat dus zelfs dat Jesjoea bij de doop op stond uit het water. Zie Mat. 3:16 In een Romeinse catacombe is een tekening gevonden waarbij Johannes aan de kant van de oever zijn hand uitstrekt naar Jesjoea.

Wie gelooft en zich laat dopen..
De vraag die nog gesteld moet worden is in wiens naam er gedoopt moet worden? In Matheus 28:19 staat in de meeste Bijbels: doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In de Hebreeuwse tekst van dit evangelie staat echter alleen in de naam van Jesjoea de Messias. De toevoeging van Vader en Heilige geest is gedaan om de leer van een drie-enig God te onderstrepen.
Doop in de naam van de Heer Jesjoea de Messias lezen we ook in Handelingen 2:38, 8:15, 10:48 en 19:5

Urgentie
Wij geloven dat de doop en zeer belangrijke handeling is die moet plaats vinden in het leven van een gelovige op weg naar zijn of haar eindbestemming: eeuwig leven. De doop door onderdompeling brengt de gelovige in een diepere bemoeienis van de aanwezigheid en werking van Gods Geest.
JHWH houdt zich eenvoudigweg aan Zijn Torah en wijkt daar slechts bij uitzondering op bepaalde momenten van af, net als bij de natuurwetten. Wie dus ongehoorzaam is aan het doopbevel op de juiste manier uit rebellie of door misleiding, mist een bepaalde zegen en richting, hoe erg JHWH dat ook vind. De tegenstander heeft er dan ook alles aan gedaan om verwarring te zaaien over de doop waardoor mensen bang zijn, of zich schuldig voelen om tot volwassen doop te komen omdat het aanvoelt als “overdopen..”. Hierdoor houdt hij vele oprechte gelovigen af van het kunnen toetreden tot een diepere bemoeienis van onze hemelse Vader in het Heiligdom. Om het in computerspel termen te zeggen: je blijft op een bepaald level hangen. Vat de waarschuwing in Hebreeën 5: 11-6:3 dus positief op en richt je op de volmaaktheid zonder opnieuw een fundament te willen leggen van de leer van de dopen..
Gebrek aan kennis geeft misleiding. (Hosea 4:6) Geloven dat de kinderdoop (beter gezegd: kinderbesprenkeling) voor JHWH ook wel geldig is, is daar wat ons betreft een voorbeeld van.
We hopen dan ook dat deze studie u heeft wakker geschud en dat dit een “tesjoeva-moment” mag worden in uw leven.
Galaten 3: 26 zegt: want u bent allen kinderen van God door het geloof in Jesjoea de Messias..
Maar het volgende vers zegt: want u allen die in de Messias gedoopt bent, hebt zich met de Messias bekleed. Geloof en doop horen dus bij elkaar.

Om bij het plaatje van de gang van priesters door tabernakel te blijven: laat u niet weerhouden om in een diepere dimensie te komen van bemoeienis van de Ruach Haqodesh te komen! Jesjoea zegt tegen jou: ik ben de deur (van het heiligdom). Als je door Hem binnengaat zul je gevoed worden door het Woord (tafel der toonbroden) en de Ruach (licht van de Menorah). Dit zal je vervolgens tot ware aanbidding brengen..(bij het reukofferaltaar) . Dichter kunnen wij voorlopig niet komen in de nabijheid van JHWH. Dat is nog steeds voorbehouden aan onze hogepriester Jesjoea die voor ons pleit bij de Vader. Hij neemt ook “de schaal met gebeden van de heiligen” mee en “de opgevangen tranen” in een kruik. Deze ruimte van intimiteit kunt u echter pas in gaan na het passeren van het brandoffer altaar (aanname van het volbrachte werk) en het wasvat (de doop daaropvolgend).

En om nogmaals te refereren aan de Exodus uit Egypte: Ga door de schelfzee! Dan ben je veilig voor de Farao en zijn leger! Dat kan echter pas na Pesach (het volbrachte werk van ons Pesachlam) en een start in wandel van ongezuurdheid.. (daden van bekering zichtbaar wordend in je leven). Eenmaal door de zee begint je wandel met JHWH en Jesjoea pas echt en sta je als het goed is open voor “onderwijzing”of “een handboek voor het leven”.. en dat is.. de Torah! (wetgeving op de Sinai). Dit is de juiste weg met de juiste volgorde om op weg te gaan naar het beloofde land (eeuwig leven) de rest van je leven.